Gerard Schipper

Gerard Schipper

Gerard was een renner van de gestampte pot. Een noeste werker, die zijn hele ziel en zaligheid in het wielrennen legde. Aanvankelijk leek het daar niet op, want hij hield zich bezig met voetballen en schaatsen.

De wielercarrière van Gerard Schipper is er één om in te lijsten, met als absolute hoogtepunten het winnen van Olympia’s Tour (1981) en twee jaar later het wereldkampioenschap op het onderdeel 100 km ploegentijdrit in het Engelse Goodwood.
Gerard was een renner van de gestampte pot. Een noeste werker, die zijn hele ziel en zaligheid in het wielrennen legde. Aanvankelijk leek het daar niet op, want hij hield zich bezig met voetballen en schaatsen. Als schaatser kwam hij in aanraking met Jan Klein, de vader van Harry en Dries Klein en die raadde hem aan om te gaan fietsen als zomertraining. Gerard was toen 23 jaar. Hij trainde in die tijd met een groepje amateurs, die hij gemakkelijk bij kon houden. Hij kreeg er zoveel aardigheid in, dat hij zich aanmeldde als lid bij WSV Emmen (1972).

Hij vroeg zijn eerste licentie aan als nieuweling (junior). Zijn eerste koers reed hij in dat jaar in De Wijk. In Oldenzaal, zijn derde wedstrijd, reed hij voor het eerst in de prijzen. Hij werd 10e en mocht een rijksdaalder incasseren. Hij boekte al vrij snel zijn eerste zege, de Ronde van Alteveer.
Een jaar later trad hij toe tot de rijen der amateurs, nog ongesponsord. In zijn tweede jaar als amateur won hij de hoog aangeschreven 3-daagse van Harderwijk en de 3-daagse van Zwartewater (Genemuiden, Vollenhove en Zwartsluis).
Gerard reed als een raket, maar hij fietste toen nog zonder verstand. Maak van het wielrennen geen denksport, beter strijdend ten onder gaan dan onopvallend meerijden. Volgens dat principe heeft Gerard altijd gekoerst.  

Michelin
Zijn manier van rijden, bleef niet onopgemerkt en in 1975 werd hij dan ook opgenomen in de ploeg van Michelin. In de twee jaar, die hij in het Michelin-tricot reed smaakte hij 11 maal het zoet der overwinning en werd 3e bij de Nederlandse kampioenschappen op de baan (achtervolging). De macht was er toen al wel, maar het rijden tussen de wielen en het kiezen van de juiste plaats liet nog veel te wensen over.

Batavus
In 1977 stapte hij over naar de ploeg van Batavus, eerst onder ploegleider Kouwenhoven en later onder Piet Hoekstra. Van Piet heeft hij heel veel opgestoken. De overwinningen stapelden zich in die periode gestaag op. Hij won in zeven jaar tijd meer dan 70 koersen, waaronder de Ronde van Zuid-Friesland. Ook uit die Batavus-periode stammen een zeer eervolle 4e plaats in Praag op het WK 100 km ploegentijdrit en zijn overwinning in Olympia’s Tour. Een triomf van belang, zijn eerste grote succes eigenlijk.
De basis voor dat succes was gelegd in de tijdrit in Zoetermeer. Wat bijna niemand meer had verwacht, gebeurde dan toch nog. Solleveld verloor de oranje leiderstrui en eigenlijk ook meteen de Ronde. Op het loodzware, bijzonder winderige parkoers moest hij 28 seconden toegeven op Schipper. Onder toeziend oog van ZKH Prins Bernhard kreeg Olympia’s Ronde een onverwachte winnaar. In 1982 won hij een etappe in Olympia’s Tour en eindigde een jaar later als 2e in het eindklassement. In totaal nam hij zes maal deel aan de wereldkampioenschappen, drie maal op de weg en drie maal op de baan. Hij vloog over de hele aardbol met deelnames aan de Ronde van Slowakije, de Ronde van Chili, de Vredeskoers, de Sealink Race en de Wereldkampioenschappen, o.a. in Venezuela. In totaal nam hij zes maal deel aan de wereldkampioenschappen, drie maal op de weg en drie maal op de baan. Het laatste optreden op een WK was in Altenrhein (Zwitserland), waar Gerard 8e werd in de 100 km ploegentijdrit met Solleveld, Boeve en Van Poppel aan zijn zijde.  

Goodwood woensdag 1 september 1982
Het absolute hoogtepunt was toch het wereldkampioenschap 100 km ploegentijdrit in Goodwood. Dat was een belevenis op zich. Het leverde de ploeg op het eind van het jaar de verkiezing tot “Sportploeg van het jaar” op.
De wedstrijd werd verreden in een stromende regen. De Engelse organisatoren hadden heftige kritiek gekregen op het parkoers. Er zat geen vlak stukje in. Steeds weer op en af, draaien en keren. Met als uitsmijter de bult naar de finish. Iedereen in het Nederlandse kamp dacht dan ook aan een kansloze missie. De taktiek was aan de omstandigheden aangepast. Wat Schipper op het vlakke kan, zouden Maarten Ducrot en Gerrit Solleveld moeten doen op de klim, die maar liefst vier maal genomen moest worden.
Solleveld -de beul- leidde de klim. Precies daar waar andere landen forceerden en de zaak “kapot” reden joeg hij nooit het tempo te hoog op. Schipper (de niet-klimmer) moest er immers bijblijven. Eenmaal over de top nam de Groninger dan resoluut de kop over. De keuze van de versnellingen was een goede gok geweest. Het 44-blad voor de klim en een 53 om op het vlakke “gas” te geven. Het kwartet knokte voor wat het waard was. Niet Schipper, maar Frits van Bindsbergen moest (na 74 km) afhaken. Hij was leeg, uitgeput. Verder meerijden zou slechts het ritme verstoren. Terwijl Van Bindsbergen de douches van het hotel opzocht (en de huldiging miste) voltooide het trio de “onmogelijke” opgave. Frankrijk en Italië, gestart met zes en drie minuten voorsprong, werden ingehaald.
 
Concorde
Vanaf 1984 fietste hij twee jaar voor de ploeg Concorde en reed toen 10 maal als eerste onder het finishdoek door, waaronder de Ronde van Noord-Holland (1985).
Kortom een ware gloriereeks, die nog meer glans krijgt als de vele malen bij de eerste vijf worden genoemd of als hij noodgedwongen niet mocht winnen om afspraken binnen en buiten de ploeg na te komen.  

WSV Emmen
In 1986 won hij de Ronde van Groningen en de Gasbeltour, toen halverwege het seizoen een chronische  rugblessure hem dwong te stoppen, hetgeen dubbele pijn betekende. De man die nooit van opgeven wilde weten, moest nu opgeven.
In april 1986 behaalde Schipper de laatste zege van zijn imponerende carrière: het criterium van De Wijk, het eerste rondje om de kerk van het seizoen dat traditioneel op 2e Paasdag wordt gehouden.
Hij keerde nog een keer terug, maar het bleef kwakkelen. Een 10e plaats in de wielerronde van Schoonoord (1988) was het laatste wapenfeit. Schipper had zich een mooier afscheid van de wielersport voorgesteld. In het seizoen 1988 werd hij aangesteld tot leider/trainer van de amateurs van zijn club, de WSV Emmen. In 1992 vervulde hij die rol bij WSV Assen. Ondanks zijn indrukwekkende palmares heeft Schipper nooit zijn beroep gemaakt van het wielrennen. Hij was al in de dertig toen hij Olympia’s Ronde won en wereldkampioen werd. Hij was net getrouwd en durfde het risico niet te nemen. Vooral ook omdat je je de eerste jaren aan moet passen in het profpeloton. 
Schipper was als tempobeul geen sprinter en ook heuvelop rijden was niet zijn sterkste punt. Hij had een hekel aan klimmen, maar kon door een goede voorbereiding toch redelijk uit de voeten.
In 1982 werd Schipper na het behalen van de regenboogtrui door het gemeentebestuur van Vlagtwedde gefêteerd. Hij kreeg de burgemeester en wethouders van de gemeente over de vloer.
Schipper kan nog boos worden over de loze beloften die hem toen werden gedaan. Hij kreeg destijds een tinnen bord van de gemeente en daar hield het mee op. Een baan was er niet bij.

Onder toeziend oog van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard kreeg Olympia's Ronde een onverwachte winnaar.

© 2000 - 2012 Wielersport Vereniging Emmen

Website door: Ediso